Grondslagverhoging ZVW: gevolgen hoge en lage lonen

 

Werknemers met een inkomen in het hoogste belastingtarief gaan in 2012 circa 500 meer betalen door de verhoging van het maximumpremie-inkomen voor de ZorgverzekeringsWet (ZvW). Voor werknemers met een inkomen lager dan 33.427 gaat de inkomensafhankelijke bijdrage juist omlaag. Of werkgevers meer gaan betalen is afhankelijk van de verhouding tussen werknemers met een hoog inkomen en werknemers met een laag inkomen.

In het Wetsvoorstel Uniformering Loonbegrip (WUL) wordt de huidige inkomensafhankelijke bijdrage omgezet in een onbelaste werkgeversbijdrage. Tegelijkertijd zal het maximumpremie-inkomen gelijk worden getrokken met het maximumpremie-inkomen voor de werknemersverzekeringen. De WUL gaat echter pas per 1 januari 2013 in. In de Begroting van SZW is echter aangegeven dat de verhoging van het maximumpremie-inkomen naar voren wordt gehaald. Wel wordt de premie verlaagd naar 7,1 procent (in plaats van verhoogd naar 7,9 procent).

Gevolgen hoge inkomens
Dit betekent dat het maximumpremie-inkomen in 2012 niet 33.427 euro zal bedragen maar 50.064. Het verschil tussen 7,75 procent (het percentage van 2011) over 33.427 en 7,1 procent over 50.064 is 964. Dit betekent een kostenstijging van 964 euro voor de werkgever. De werknemer betaalt hier (per saldo) belasting over. Een werknemer met het 52%-tarief krijgt dan te maken met een lastenstijging van circa 500.

Gevolgen lage inkomens
Werknemers met een inkomen tot 33.427 profiteren juist van de grondslagverhoging. Door de verlaging van de premie naar 7,1 procent betalen werkgevers voor werknemers met een inkomen onder 33.427 maximaal 217 minder premie. Voor de werknemer zelf een voordeeltje van circa 91 (bij een tarief van 42 procent).

Gevolgen werkgevers
De gevolgen voor de werkgevers zijn afhankelijk van de verhouding tussen werknemers met een inkomen lager dan 33.427 en werknemers met een hoger inkomen. Voor werkgevers met relatief veel werknemers met een hoog inkomen, leidt de maatregel tot een kostenverhoging. Werkgevers met werknemers met lage inkomens, hebben juist een voordeel.

 
 
Boekjaar 2012: Boekjaar 2011: Boekjaar 2010:    
ZorgVerzekeringsWet maximaal: ZorgVerzekeringsWet maximaal: ZorgVerzekeringsWet maximaal:
192,55 * 260 (SV-dagen) : 50.064,00 128,565 * 260 (SV-dagen) : 33.42700 127,16 * 261 (SV-dagen) : 33.189,00
of 4.172,00* 12 maanden : 50.064,00 of 2.785,58* 12 maanden : 33.427,00 of 2.765,75* 12 maanden : 33.189,00
(deze verzekering bestaat sinds 01 januari 2006) (deze verzekering bestaat sinds 01 januari 2006) (deze verzekering bestaat sinds 01 januari 2006)
     
Inkomensafhankelijke bijdrage met verplichte werkgeversvergoeding: 7,10% Inkomensafhankelijke bijdrage met verplichte werkgeversvergoeding: 7,75% Inkomensafhankelijke bijdrage met verplichte werkgeversvergoeding: 7,05%
Inkomensafhankelijke zonder vergoeding: 5,00% Inkomensafhankelijke zonder vergoeding: 5,65% Inkomensafhankelijke zonder vergoeding: 4,95%
     
  Berekening van de maximale premie:    Berekening van de maximale premie:    Berekening van de maximale premie: 
Hoog : 50.064 * 7,10% : 3.554,54 > 3.555 Hoog : 33.427 * 7,75% : 2.590,59 > 2.591 Hoog : 33.189 * 7,05% : 2.339,82 > 2.340
(per maand : 296,21 * 12 : 3.554,54) (per maand : 215,88 * 12 : 2.590,56) (per maand : 194,99 * 12 : 2.339,88)
     
Laag : 50.064 * 5,00% : 2.503,20 > 2.503 (bijv. DGA) Laag : 33.427 * 5,65% : 1.888,62 > 1.888 (bijv. DGA) Laag : 33.189 * 4,95% : 1.642,86 > 1.642 (bijv. DGA)
(grens wordt opgetrokken naar WAO-WIA-WGA grens)    
 
Bron : Kluwer Salarisadministratie, donderdag 24 november 2011

 ** PepMarken **  PepMarken ** PepMarken ** PepMarken ** PepMarken ** PepMarken ** PepMarken **  PepMarken ** PepMarken  **  PepMarken ** PepMarken **