|
|
| ** MENU ** |
1) ALGEMENE HEFFINGSKORTING (AHK)
(Verzamelinkomen) Vanaf 2025 is de algemene heffingskorting is niet langer alleen afhankelijk van het box 1 inkomen (inkomen uit werk en woning), maar van het gezamenlijke inkomen in box 1, box 2 en box 3 (het verzamelinkomen).| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
De norm bestaat sinds 1 januari 2013 geformaliseerd in de Wet Normering Topinkomens (WNT-norm)
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| € 262.000,- per jaar (+ € 16.000 > 6,58%) | € 246.000,- per jaar (+ € 13.000 > 5,58%) | |
(*) Per 1 januari 2009 is de bovengrens van het eigenwoningforfait vervallen ('Villa-taks').
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| € 0 t/m € 12.500 : nihil | € 0 t/m € 12.500 : nihil | |
| € 12.501 t/m € 25.000 : 0,10% | € 12.501 t/m € 25.000 : 0,10% | |
| € 25.001 t/m € 50.000 : 0,20% | € 25.001 t/m € 50.000 : 0,20% | |
| € 50.001 t/m € 75.000 : 0,25% | € 50.001 t/m € 75.000 : 0,25% | |
| € 75.001 t/m € 1.340.000 : 0,35% | € 75.001 t/m € 1.330.000 : 0,35% | |
| € 1.350..000 * 0,35% : € 4.725 | € 1.330..000 * 0,35% : € 4.655 | |
| € 1.350.000 > : € 4.725 + 2,35% voor zover WOZ waarde uitgaat > € 1.350.000 | € 1.330.000 > : € 4.655 + 2,35% voor zover WOZ waarde uitgaat > € 1.330.000 | |
| WOZ waarde per 1 januari 2025 | WOZ waarde per 1 januari 2024 | |
WET HILLEN (vanaf 2019, gewijzigd in 2026))
De aftrek Hillen (vanaf 1 januari 2005) is van toepassing als het eigenwoningforfait hoger is dan de aftrekbare kosten voor de eigen woning. De aftrek was even groot als het (positieve) verschil tussen beide. Per saldo dus geen belastbare inkomsten uit eigenwoning. Vanaf 2019 wordt deze aftrek in 30 jaren in stappen van 3 1/3%-punt afgebouwd tot nihil. Bij een negatief eigenwoningforfait (meer hypotheekrente / kosten dan 'inkomsten eigen woning') veranderd er dus niets.
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| (8e jaar) | (7e jaar) | |
| 23 1/3 (= 2025) + 4,8% * 1 : 28,133% (afgerond) | 3 1/3% * 7 jaar : 23 1/3% | |
| Aftrek vanwege geen/kleine eigenwoning schuld: | Aftrek vanwege geen/kleine eigenwoning schuld: | |
| 100% -/- 28,133% : 71,867% | 100% -/- 23 1/3% : 76,667% | |
| Voorbeeld: | Voorbeeld: | |
| € 3.000 eigenwoningforfait | € 3.000 eigenwoningforfait | |
| € 2.000 hypotheekrente / kosten | € 2.000 hypotheekrente / kosten | |
| € 3.000 -/- € 2.000 : € 1.000 | € 3.000 -/- € 2.000 : € 1.000 | |
| Per saldo is uw eigenwoningforfait dan € 1.000 | Per saldo is uw eigenwoningforfait dan € 1.000 | |
| Aftrek geen/kleine eigenwoning schuld is € 719 (= € 1.000 x 71,867%) | Aftrek geen/kleine eigenwoning schuld is € 767 (= € 1.000 x 76,667%) | |
| € 1.000 -/- € 719 : € 281 > inkomsten box 1 | € 1.000 -/- € 767 : € 233 > inkomsten box 1 | |
| Jaar: | Jaar: | Jaar: | |||
| 2019 (1) | 3 1/3% | 2029 (11) | 36 2/3% | 2039 (21) | 70% |
| 2020 (2) | 6 2/3% | 2030 (12) | 40% | 2040 (22) | 73 1/3% |
| 2021 (3) | 10% | 2031 (13) | 43 1/3% | 2041 (23) | 76 2/3% |
| 2022 (4) | 13 1/3% | 2032 (14) | 46 2/3% | 2042 (24) | 80% |
| 2023 (5) | 16 2/3% | 2033 (15) | 50% | 2043 (25) | 83 1/3% |
| 2024 (6) | 20% | 2034 (16) | 53 1/3% | 2044 (26) | 86 2/3% |
| 2025 (7) | 23 1/3% | 2035 (17) | 56 2/3% | 2045 (27) | 90% |
| 2026 (8) | 26 2/3% | 2036 (18) | 60% | 2046 (28) | 93 1/3% |
| 2027 (9) | 30% | 2037 (19) | 63 1/3% | 2047 (29) | 96 2/3% |
| 2028 (10) | 33 1/3% | 2038 (20) | 66 2/3% | 2048 (30) | 100% |
| Jaar: | Jaar: | Jaar: | |||
| 2019 (1) | 3 1/3% | 2029 (11) | 42,533% | 2039 (21) | 90,533% |
| 2020 (2) | 6 2/3% | 2030 (12) | 47,333% | 2040 (22) | 95,333% |
| 2021 (3) | 10% | 2031 (13) | 52,133% | 2041 (23) | 100,000% |
| 2022 (4) | 13 1/3% | 2032 (14) | 56,933% | ||
| 2023 (5) | 16 2/3% | 2033 (15) | 61,733% | ||
| 2024 (6) | 20% | 2034 (16) | 66,533% | ||
| 2025 (7) | 23 1/3% | 2035 (17) | 71,333% | ||
| 2026 (8) | 28,133% | 2036 (18) | 76,133% | ||
| 2027 (9) | 32,933% | 2037 (19) | 80,933% | ||
| 2028 (10) | 37,733% | 2038 (20) | 85,733% |
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| (13e jaar) | (12e jaar) | |
| Maximale aftrek : 37,56% (37,48% +/+ 0,08%) | Maximale aftrek : 37,48% (36,97% +/+ 1,15%) | |
| Tariefaanpassing : 49,50% -/- 37,56%: 11,94% | Tariefaanpassing : 49,50% -/- 37,48%: 12,02% |
NATIONALE HYPOTHEEK GARANTIE (NHG)
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| € 470.000 | € 450.000 |
met Energie Besparende Voorzieningen
Als er energiebesparende maatregelen worden meegefinancierd dan is de grens 6% hoger:
| € 498.200 | € 477.000 |
de eenmalige afsluitpremie voor het afsluiten van een hypotheek met NHG
| 0,40% | 0,40% |
Maximaal onbelaste rentevoordeel in uitkeringen uit kapitaalverzekering, beleggingsrecht en spaarrekening eigen woning
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| € 207.000 | € 204.000 | |
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
De regeling uitgaven voor specifieke zorgkosten kent een vermenigvuldigingsfactor voor de aftrekposten met uitzondering van de uitgaven voor genees- en heelkundige hulp.
Inkomensafhankelijke combinatiekorting
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
|
|
|
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 | ||
| Schijf : | Jonger dan de AOW-leeftijd | Jonger dan de AOW-leeftijd | Jonger dan de AOW-leeftijd |
| 1A | € 0 tot en met € 38.883 / 35,75% (-/- 0,07%) | € 0 tot en met € 38.441/ 35,82% (-/- 1,15%) | |
| 1B | € 38.884 tot en met € 78.426 / 37,56% (+/+ 0.08%) | € 38.442 tot en met € 76.817 / 37,48% (+/+ 0,51%) | |
| 2 | € 78.427 of meer / 49,50% | € 76.818 of meer / 49,50% | |
| € 78.426 -/- € 76.817: € 1.609 > +/+ 2,09% | € 76.817 -/- € 75.518: € 1.299 > +/+ 1,72% | ||
| Schijf : | AOW-leeftijd en ouder, geboren in 1946 of later | AOW-leeftijd en ouder, geboren in 1946 of later | AOW-leeftijd en ouder, geboren in 1946 of later |
| 1A | € 0 tot en met € 38.883 / 17,85% (-/- 0,07%) | € 0 tot en met € 38.441/ 17,92% (-/- 1,15%) | |
| 1B | € 38.884 tot en met € 78.426 / 37,56% (+/+ 0.08%) | € 38.442 tot en met € 76.817 / 37,48% (+/+ 0,51%) | |
| 2 | € 78.427 of meer / 49,50% | € 76.818 of meer / 49,50% |
| Schijf : | AOW-leeftijd en ouder, geboren in 1945 of eerder | AOW-leeftijd en ouder, geboren in 1945 of eerder | AOW-leeftijd en ouder, geboren in 1945 of eerder |
| 1A | € 0 tot en met € 41.123 / 17,85% (-/- 0,07%) | € 0 tot en met € 40.502/ 17,92% (-/- 1,15%) | |
| 1B | € 41.124 tot en met € 78.426 / 37,56% (+/+ 0.08%) | € 40.503 tot en met € 76.817 / 37,48% (+/+ 0,51%) | |
| 2 | € 78.427 of meer / 49,50% | € 76.818 of meer / 49,50% |
| Samenstelling schijf 1A: | Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 | |
| < AOW leeftijd / > AOW leeftijd | < AOW leeftijd / > AOW leeftijd | < AOW leeftijd / > AOW leeftijd | |
| Premie AOW : | 17,90% / nihil | 17,90% / nihil | |
| Premie Anw : | 0,10% / 0,10% | 0,10% / 0,10% | |
| Premie Wlz : | 9,65% / 9,65% | 9,65% / 9,65% | |
| sub-totaal : | 27,65% / 9,75% | 27,65% / 9,75% | |
| Loonbelasting : | 8,10% / 8,10% (-/- 0,07%) | 8,17% / 8,17% (-/- 1,15%) | |
| Totaal : | 35,75% / 17,85% | 35,82% / 17,92% | |
| AOW : Algemene Ouderdoms Wet | Anw : Algemene Nabestaanden Wet | Wlz : Wet Langdurige Zorg |
MAXIMALE BEDRAGEN PER SCHIJF :
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 | ||
| Schijf : | < AOW leeftijd / > AOW leeftijd na 1946 | < AOW leeftijd / > AOW leeftijd na 1946 | < AOW leeftijd / > AOW leeftijd na 1946 |
| 1A | € 38.883 * 35,75% : € 13.901 / € 38.883 * 17,85% : € 6.941 | € 38.441 * 35,82% : € 13.770 / € 38.441 * 17,92% : € 6.889 | |
| 1B | € 39.543 * 37,56% : € 14.852 / € 39.543 * 37,56% : € 14.852 | € 38.376 * 37,48% : € 14.383 / € 38.376 * 37,48% : € 14.383 | |
| Cum. t/m 1e schijf: | € 28.753 / € 21.793 | € 28.153 / € 21.272 | |
| Belastingdruk: | € 28.753 / € 78.426 : 36,66% / € 21.793 / € 78.426 : 27,79% | € 28.153 / € 76.817 : 36,65% / € 21.272 / € 76.817 : 27,69% | |
| 2 | > € 78.426 * 49,50% / > € 78.426 * 49,50% | > € 76.817 * 49,50% / > € 76.817 * 49,50% | |
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
Dashboard Huurtoeslag (Rijksoverheid)
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| Maatwerk Woningcorporaties krijgen daarnaast vanaf 2022 meer ruimte om lokaal maatwerk toe te passen op het moment dat daar behoefte aan is. Dit maakt het mogelijk om in gemeenten waar de druk op de woningmarkt groot is, alsnog een sociale huurwoning toe te wijzen aan bijvoorbeeld een leraar of verpleegkundige die een inkomen heeft net boven de vastgestelde inkomensgrens. De zogenoemde lokale vrije toewijzingsruimte was standaard 10%. Dit wordt 15% als daar behoefte aan is. Indien lokaal maatwerk niet noodzakelijk is, dan wordt de vrije toewijzingsruimte 7,5%. |
Huurprijs
('Wet Betaalbare Huur' is aangenomen door Tweede Kamer op 25 april 2024 en door de Eerste Kamer op 25 juni 2024) Sinds 1 juli 2024 is de huurprijs in het middensegment wettelijk gereguleerd.| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
Info Rijksoverheid, 25 juni 2024 "Wet betaalbare huur aangenomen en van kracht vanaf 1 juli 2024"
| Per 1 januari 2026 zijn de huurprijsgrenzen voor de sociale, de midden- en de vrije sector opnieuw geïndexeerd. In 2026 mag de huurprijs als volgt worden verhoogd: | Per 1 januari 2025 zijn de huurprijsgrenzen voor de sociale, de midden- en de vrije sector opnieuw geïndexeerd. In 2025 mag de huurprijs als volgt worden verhoogd: | ||
| Maximale huurverhogingen in 2026 | Maximale huurverhogingen in 2025 | ||
| Sociale sector: 4,1 % vanaf 1 juli 2026 Middensegment: 6,1 % vanaf 1 januari 2026 Vrije sector: 4,4 % vanaf 1 januari 2026 | Sociale sector: 5,0 % vanaf 1 juli 2025 Middensegment: 7,7 % vanaf 1 januari 2025 Vrije sector: 4,1 % vanaf 1 januari 2025 |
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| € 305,41 * 260 (SV-dagen) : € 79.409,00 | € 291,78 * 260 (SV-dagen) : € 75.864,00 | |
| of € 6.617,41 * 12 maanden : € 79.409,00 | of € 6.322,00 * 12 maanden : € 75.864,00 | |
| Inkomensafhankelijke bijdrage met verplichte werkgeversvergoeding: 6,10% | Inkomensafhankelijke bijdrage met verplichte werkgeversvergoeding: 6,51% | |
| Inkomensafhankelijke zonder vergoeding: 4,85% | Inkomensafhankelijke zonder vergoeding: 5,26% | |
| Berekening van de maximale premie: | Berekening van de maximale premie: | |
| Hoog : € 79.409 * 6,10% : € 4.843,95 > € 4.844 | Hoog : € 75.864 * 6,51% : € 4.938,75 > € 4.939 | |
| (per maand : € 403,66 * 12 : € 4.843,95) | (per maand : € 411,56 * 12 : € 4.938,75) | |
| Laag : € 79.409* 4,85% : € 3.851,34 > € 3.851 (bijv. DGA) | Laag : € 75.864* 5,26% : € 3.990,45 > € 3.991 (bijv. DGA) | |
| (per maand : € 320,94 * 12 : € 3.851,34) | (per maand : € 332,54 * 12 : € 3.990,45) | |
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| € 385,= per jaar | € 385,= per jaar | |
Het eigen risico voor zorgkosten wordt bevroren. In 2027 wordt het eigen risico gehalveerd tot € 165.
ZORGPREMIE
(Premie DSW)| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| € 1.902,00 per jaar. Gemiddeld € 158,50 per maand | € 1.902,00 per jaar. Gemiddeld € 158,50 per maand | |
| +/+ € 0,00 per jaar / +/+ € 0,00 per maand > 0,00% | +/+ € 114,00 per jaar / +/+ € 9,50 per maand > 6,38% | |
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 | Boekjaar 2024 | ||
| Spaargeld | 1,28% | 1,37% | 1,44% | |
| Beleggingen | 6,00% | 5,88% | 6,04% | |
| Schulden | 2,70% | 2,70% | 2,61% | |
| Drempel schulden | € 3.800 | € 3.800 | € 3.700 | |
| Belasting %: | 36% | 36% | 36% | |
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| Vrijstelling BOX 3 | Vrijstelling BOX 3 | Vrijstelling BOX 3 |
| Per 31 december 2025 / 1 januari 2026 | Per 31 december 2024 / 1 januari 2025 | |
| 59.357 / € 118.714 | € 57.684 / € 115.368 | |
| Vrijstelling voor uitvaartverzekering: | Vrijstelling voor uitvaartverzekering: | |
| € 8,904 | € 8.769 | |
| Vrijstelling voor groene beleggingen: | Vrijstelling voor groene beleggingen: | |
| € 26.715 / € 53.430 | € 26.312 / € 52.624 | |
| Extra heffingskorting 0,10% van de vrijstelling | Extra heffingskorting 0,10% van de vrijstelling | |
| Drempel schulden : € 3.800 | Drempel schulden : € 3.800 |
TARIEF BOX 3
VRIJSTELLING BOX 3 VOOR BEREKENING EIGEN BIJDRAGE ZORGINSTELLING
Daarnaast zijn maatregelen getroffen om te voorkomen dat de verhoging
(in 2021)
van de box-3-vrijstelling doorwerkt naar de diverse inkomens- en
vermogensafhankelijke regelingen, zoals de zorg- en kinderopvangtoeslag
en de eigen bijdrage aan een zorginstelling.
Daartoe moeten mensen met een vermogen van
meer dan €
36.952 (in 2024) aangifte
inkomstenbelasting blijven doen voor box 3.
|
| SV-dagen 2026 | SV-dagen 2025 |
| JAN : 22 | JUL : 23 | JAN : 23 | JUL : 23 | ||
| FEB : 20 | AUG : 21 | FEB : 20 | AUG : 21 | ||
| MRT : 22 | SEP : 22 | MRT : 21 | SEP : 22 | ||
| APR : 22 | OKT : 22 | APR : 22 | OKT : 23 | ||
| MEI : 21 | NOV : 21 | MEI : 22 | NOV : 20 | ||
| JUN :22 | DEC : 23 | JUN : 21 | DEC : 23 |
| Totaal : 261 dagen | Totaal : 261 dagen | |
| Meer SV dagen berekeningen |
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| Minimum gebruikelijk loon DGA: | Minimum gebruikelijk loon DGA: | |
| € 4.833,33 * 12 maanden : € 58.000,00 | € 4.666,67 * 12 maanden : € 56.000,00 | |
| Werkkostenregeling (WKR) | ||
| 2,00% tot € 400.000 (= € 8.000) | 2,00% tot € 400.000 (= € 8.000) | |
| 1,18% boven € 400.000 | 1,18% boven € 400.000 | |
| =fiscale loon | =fiscale loon | |
| (de vrije ruimte) | (de vrije ruimte) | |
Baangerelateerde Investeringskorting (BIK)
Investeringskorting voor bedrijven
Het kabinet stimuleert bedrijven om investeringen te doen met een nieuwe investeringskorting, de Baangerelateerde Investeringskorting. Deze tijdelijke regeling zorgt ervoor dat bedrijven ook in deze roerige tijden blijven investeren in bijvoorbeeld nieuwe machines. Bedrijven kunnen deze kosten verrekenen met hun loonheffing.
BIK wordt verder uitgewerkt
Details van de regeling worden verder uitgewerkt. Voor de aanvraag en uitvoering van de BIK werken Rijksdienst voor Ondernemers (RVO) en de Belastingdienst samen.
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| Oudedagsreserve | Oudedagsreserve | |
| Vanaf 1 januari 2023 kunt u geen fiscale oudedagsreserve (FOR) meer vormen. | Vanaf 1 januari 2023 kunt u geen fiscale oudedagsreserve (FOR) meer vormen. | |
Desinvesteringsbijtelling
| Hebt u bedrijfsmiddelen vervreemd (onder andere verkocht of geschonken) waarvoor u in vorige jaren investeringsaftrek hebt toegepast? Dan kan het zijn dat u een deel van die aftrek moet terugbetalen. Dit gebeurt via de desinvesteringsbijtelling. U bent verplicht een deel van de aftrek terug te betalen als u aan de volgende 2 voorwaarden voldoet: ● U verkoopt of schenkt de bedrijfsmiddelen binnen 5 jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u de investering deed. ● De waarde van die bedrijfsmiddelen zijn gezamenlijk hoger dan € 2.900 (=2025) (in 2024 was dit € 2.800). |
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| Waarde van bedrijfsmiddel hoger: | Waarde van bedrijfsmiddel hoger: | |
| € 2.900 | € 2.900 |
| Kleine Ondernemers Regeling (BTW) | Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 | |
| Bij maximale omzet van € 20.000 per jaar | Bij maximale omzet van € 20.000 per jaar | ||
| Tariefgroepen: | Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 | |
| Belaste verkrijging: | € 0 - € 158.669 | € 0 - € 154.197 | |
| Partners en kinderen | 10% | 10% | |
| (achter) Kleinkinderen | 18% | 18% | |
| Overige verkrijgers | 30% | 30% | |
| Belaste verkrijging: | € 158.669 en hoger | € 154.197 en hoger | |
| Partners en kinderen | 20% | 20% | |
| (achter) Kleinkinderen | 36% | 36% | |
| Overige verkrijgers | 40% | 40% |
| Wat is schenken op papier? Bij een schenking op papier legt u op papier vast dat u iemand over een bepaalde tijd een bedrag geeft. Bijvoorbeeld omdat u het geld nu nog niet kunt missen. Of omdat het 'vastzit' in uw huis. Een schenking op papier heet in notariële akten vaak een 'schuldigerkenning uit vrijgevigheid'. Als u zich aan een aantal regels houdt, kan schenken op papier voordelig zijn. Daarom maken vooral ouders hiervan gebruik om hun vermogen over te dragen op hun kinderen. Het bedrag dat de ouders op papier schenken, telt namelijk niet mee met hun erfenis. De kinderen betalen daardoor minder erfbelasting. De schenkers moeten wel zorgen dat zij: ● de schenking door een notaris laten vastleggen, dat moet bij elke volgende schenking opnieuw; ● over het geschonken bedrag elk jaar minstens 6% rente betalen aan de ontvanger. U moet rente betalen, omdat wij de schenking op papier zien als een schuld. De ontvanger heeft uw schenking als het ware direct weer aan u terug geleend; Wel aangifte schenkbelasting doen De ontvanger moet aangifte schenkbelasting doen van het bedrag van de schenking op papier, als: ● het bedrag hoger is dan € 6.633 (=2024) als u de schenking van uw ouders krijgt; ● het bedrag hoger is dan € 2.658 (=2024) als u de schenking van iemand anders krijgt; Aangifte schenkbelasting doen kan online op Mijn Belastingdienst. Aangiften voor schenkingen in 2024 moeten vóór 1 maart 2025 bij ons binnen zijn. De schenker en de ontvanger geven een schenking op papier allebei op in de aangifte inkomstenbelasting Omdat uw schenking een schuld is, geeft u die op in uw aangifte inkomstenbelasting. U betaalt daardoor als schenker minder belasting over uw vermogen. U gaat daarbij uit van de waarde van de schuld op 1 januari. De ontvanger vult het bedrag van de schenking in bij 'uitgeleend geld en andere vorderingen' in de aangifte. De ontvanger houdt ook de waarde van de vordering op 1 januari aan. Wilt u de schenking tijdens uw leven uitbetalen? Bijvoorbeeld na verkoop van uw huis? Dan hoeft u niet naar de notaris. Een onderhandse akte is voldoende voor de inkomstenbelasting. Maar voor de erfenis is het geen erkende schuld. Uw kinderen hebben dan niet het voordeel dat ze minder erfbelasting betalen na uw overlijden. |
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| Woningen (35 jaar en ouder) 2% | Woningen (35 jaar en ouder) 2% | |
| Woningen (starters van 18 t/m 34 jaar) 0% | Woningen (starters van 18 t/m 34 jaar) 0% | |
| De vrijstelling geldt alleen voor woningen onder de € 555.000 | De vrijstelling geldt alleen voor woningen onder de € 525.000 | |
| Woningen (niet hoofdbewoner) 8,0% | Woningen (niet hoofdbewoner) 10,4% | |
| Bijvoorbeeld Beleggers | Bijvoorbeeld Beleggers | |
| Bedrijfspanden 10,4% | Bedrijfspanden 10,4% | |
| (Alle genoemde bedragen zijn 'bruto') | Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| Tariefgroepen: | Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 | |
| t/m € 200.000 | |||
| t/m € 200.000 | 19,00% | ||
| t/m € 200.000 | 19,00% | ||
| vanaf € 200.000 | |||
| vanaf € 200.000 | 25,80% | ||
| vanaf € 200.000 | 25,80% | ||
21) TARIEF BOX 2
AANMERKELIJK BELANG
| U hebt een aanmerkelijk belang als u, eventueel samen met uw fiscale partner, direct of indirect minimaal 5% in aandelen, winstbewijzen, genotsrechten en stemrecht. |
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| tot en met € 68.843: 24,50% | tot en met € 67.804 : 24,50% | |
| boven de € 68.843 : 31,00% | boven de € 67.804 : 31,00% | |
| Maximumbedrag excessief lenen | Maximumbedrag excessief lenen | |
| € 500.000 | € 500.000 | |
22) AUTO ZAKEN
Bij meer dan 500 privé kilometer| Bijtelling: | Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 | |
| (Nieuw toegelaten in 2026) | (Nieuw toegelaten in 2025) | ||
| > 0 CO2-uitstoot per km | 18% | 17% | |
| > meer dan 0 CO2-uitstoot per km | 22% | 22% | |
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 | ||
| Elektrisch: | |||
| < | 18% (< € 30.000) | 17% (< € 30.000) | |
| Waarde boven | 22% (Waarde boven € 30.000) | 22% (Waarde boven € 30.000) | |
| Waterstof: | 18% | 17% | |
| Prijzen exclusief voorraadheffing | Boekjaar 2026 Periode 01/01/26 t/m 31/12/26 | Boekjaar 2025 Periode 01/01/25 t/m 31/12/25 |
22A) FIETS VAN DE ZAAK
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 | ||
| Fiets bijtelling: | 7% | 7% |
23) ENERGIEBELASTING (EB) (Milieubelastingen)
Vanaf 2015 is de 'Belastingvermindering EB per aansluiting' voor ruimten zonder verblijfsfunctie, zoals de algemene ruimten van een appartementencomplex, afgeschaft.
| " € " = positief voor portemonnee | Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
|
Verlagen
BTW
op
energie
van
21%
naar
9%
per
1
juli t/m 31 december 2022 Deze maatregel gold voor een periode van zes maanden. Door deze maatregel daalde de energierekening met 10%. Voor een huishouden met een gemiddeld verbruik leverde dit een verlaging van de energierekening in 2022 op van ongeveer 140 euro (ruim 20 euro per maand). Bron: Rijksoverheid vrijdag 11 maart 2022 |
| LEVERINGSKOSTEN | Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| Leveringskosten bij een gemiddeld huishoudelijk verbruik, inclusief 21% omzetbelasting) | Per jaar: | Per dag: (365 dagen) | Per jaar: | Per dag: (365 dagen) | Per jaar: | Per dag: (366 dagen) |
| " € " = positief voor portemonnee | ||||||
| " € " = negatief voor portemonnee | ||||||
| ELEKTRICITEIT | ||||||
| Liander | € 478,04 | € 1,309699 | € 455,74 | € 1,248603 | ||
| (1-fase > 1 x 10A en 3 fasen t/m 3 x 25A bemeten) | +/+ € 22,30 (4,89%) | +/+ € 54,82 (13,67%) | ||||
| GAS | ||||||
| Liander (t/m 10 (n)m3/h) | € 266,62 | € 0,730466 | € 239,46 | € 0,656055 | ||
|
(jaarverbruik 500 t/m 4000 (n)m3/jaar) |
+/+ € 27,16 (11,34%) | -/- € 7,70 (3,11%) | ||||
| Totale Liander kosten: | € 744,66 | € 2,040165 | € 695,20 | € 1,904658 | ||
| +/+ € 49,46 (7,11%) | +/+ € 47,12 (7.27%) | |||||
| (*) tarief kan per leverancier verschillen |
ENERGIETOESLAG 2022 & 2023
|
Het wetsvoorstel 'Eenmalige energietoeslag lage inkomens' is
op dinsdag 12 juli 2022 aangenomen door de Eerste Kamer. De
energietoeslag is een vorm van categoriale bijzondere
bijstand. De gemeente heeft de beleidsvrijheid om te bepalen
hoe zij de energietoeslag precies vormgeeft.
Handreiking en modelteksten Energietoeslag
In opdracht van het ministerie van SZW heeft Stimulansz een
handreiking Energietoeslag samengesteld en
modelbeleidsregels, modelbeschikkingen en -brieven en een
modelaanvraagformulier geschreven. Om te zorgen dat
gemeenten de energietoeslag zoveel mogelijk op een
eenvoudige en uniforme wijze uitvoeren heeft het ministerie
van SZW in overleg met de VNG een richtlijn voor de
uitvoering gemaakt. In onderstaande documenten wordt deze richtlijn gevolgd. Handreiking energietoeslag versie 6 In deze handreiking versie 6 is de verhoging van het richtbedrag van de energietoeslag met € 500 naar in totaal € 1.300 (€ 800 + € 500) opgenomen. De handreiking bevat ook informatie over de wijziging in de looptijd van de regeling en de verhoging van het budget voor de gemeenten. Ook is een toelichting van het ministerie van SZW over ondersteuning aan studenten met hoge energiekosten opgenomen. Ook de modelbeleidsregels, – beschikkingen en het modelaanvraagformulier energietoeslag zijn aangepast. |
| Handreiking eenmalige energietoeslag, Versie 6, dinsdag 19 juli 2022 |
Het kabinet gaat per 1 januari 2021 een vliegbelasting invoeren. De eerder voorgestelde vliegbelasting voor vrachtverkeer gaat niet door, na aanvullend onderzoek op verzoek van de Tweede Kamer.
(Bron: Rijksoverheid, vrijdag 13 november 2020)
| Vliegbelasting / Vliegtaks | Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 | |
| (Per vertrekkende passagier) | |||
| Nederland | € 30,25 | € 29,40 | |
Vliegbelasting in andere landen
24) EIGEN BIJDRAGE CAK (Centraal Administratie kantoor)
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 |
| Hoge eigen bijdrage | Lage eigen bijdrage | Hoge eigen bijdrage | Lage eigen bijdrage | Hoge eigen bijdrage | Lage eigen bijdrage | |
| Per maand (maximaal): | € 3.061,80 | € 1.115,80 | € 2.954,40 | € 1.076,60 | ||
| Per maand (minimaal): | € 0 | € 212,60 | € 0 | € 205,00 | ||
| Aftrek persoonlijke kosten bij berekening eigen bijdrage: |
| Alleenstaanden: | Gehuwden: | Alleenstaanden: | Gehuwden: | Alleenstaanden: | Gehuwden: | |
| Aftrek persoonlijke kosten: |
| € 4.925,00 | € 7.661,00 | € 4.583,00 | € 7.129,00 | |||||
| Aftrek (niet-) pensioengerechtigde leeftijd: |
| Pensioengerechtigd: | € 1.294,00 | € 2.588,00 | € 1.249,00 | € 2.498,00 | ||
| Niet-pensioengerechtigd: | € 2.315,00 | € 4.630,00 | € 2.234,00 | € 4.468,00 | ||
| Aftrek premie zorgverzekering: |
| Standaard premie: | € 2.199,00 | € 2.112,00 | ||||
| Inkomensafhankelijke bijdrage: | zie salaris opgave | zie salaris opgave | ||||
| Inkomens vrijstellingsgrens: |
| Heb in jaar AOW-leeftijd bereikt | € 11.830,00 | € 13.894,00 | € 10.932,00 | € 12.830,00 | ||
| Heb in jaar nog niet AOW-leeftijd bereikt | € 9.406,00 | € 18.950,00 | € 8.660,00 | € 17.438,00 | ||
| Mijn beschikbaar inkomen is lager dan de vrijstellingsgrens : Dan geldt er geen aftrek. Mijn beschikbaar inkomen is hoger dan de vrijstellingsgrens : Dan trekken wij 25% van uw beschikbaar inkomen boven de vrijstellingsgrens af. |
| Maximale korting niet-AOW gerechtigde leeftijd op (gezamenlijk) vermogen: |
| Vervallen | Vervallen | € 11.534,00 | € 23.068,00 | |||
Meer info : www.hetcak.nl
Brochure CAK 2021Wat is de aftrek van het beschikbaar inkomen (CAK)?
26) REGELING VOOR VERVROEGDE UITTREDING (RVU)
Als uitvloeisel van de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen is met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2021 in de Wet op de loonbelasting een drempelvrijstelling voor regelingen voor vervroegde uittreding (RVU) opgenomen. De vrijstelling geldt voor uitkeringen tot een bedrag gelijk aan het gebruteerde netto-ouderdomspensioen per maand volgens de Algemene Ouderdomswet.
| Boekjaar 2026 | Boekjaar 2025 | ||
| Per maand | € 2.657 | € 2.273 | |
| Per jaar | € 31.884 | € 27.275 |
| Wijzigingen Belastingheffing per 01 januari 2025 (MvF) |
25) FISCALE EN SOCIALE VERZEKERINGEN INFORMATIE IN SCHEMA'S
** PepMarken ** PepMarken ** PepMarken ** PepMarken ** PepMarken ** PepMarken ** PepMarken ** PepMarken ** PepMarken ** PepMarken ** PepMarken **